
In de stad zo vol verlaten zielen
ga ik aan iedereen voorbij
De professoren, de debielen,
geen mens bekommert zich om mij
Want in de stad, zo vol verlaten zielen
Voelt men de dagelijkse druk
van juiste plaatjes en profielen
Op de rotonde naar geluk
Ik voel de aandrang om te gillen:
“Wie heeft dit jullie aangedaan?
Alles te moeten en te willen?”
En dan de nacht weer in te gaan
Maar in de stad, zo vol verlaten zielen
Daar is men bang voor ’t vrije woord
Nog voor de boodschapper kon knielen
werd zijn protest voorgoed gesmoord
Mijn rol verandert voor de natie
van anoniem naar deserteur
Blikken vol haat en irritatie
Men vindt mijn woorden slechts gezeur
Moet ik soms kwaad met kwaad vergelden?
Wat liefde in hun hersens slaan?
Tot slot een laatste keertje schelden
Om zo de nacht weer in te gaan
Want in de stad zo vol verlaten zielen
is elke tederheid verdacht
De homofobe hetereofielen
houden het straatbeeld in hun macht
Van achter dikke raamkozijnen
volgt men mijn weg, zo desolaat
Het liefste ziet men mij verdwijnen
Maar ach, ik doe toch niemand kwaad?
Naar: “Les Villes De Solitude”, Michel Sardou, 1973.
Leave a reply
You must be logged in to post a comment.